Kies branche:

Brancheprogramma Personenschade

8-4-2019 16:23

Zorgschade, wie gaat dat betalen?

Met meer dan 200 aanwezigen was de ‘Rendez Vous’-bijeenkomst van de Branche Personenschade andermaal goed bezocht. Het interessante programma onder leiding van dagvoorzitter Remco Heeremans (De Letselschade Raad) met als titel ‘Zorgschade, wie gaat dat betalen?’ droeg daar zeker aan bij.

Na een kort welkomstwoord waarin branchevoorzitter Maarten van der Linden enkele aandachtspunten van het branchebestuur belichtte, hield bewegingswetenschapper Han Houdijk (VU) een boeiende presentatie over de technologische vooruitgang op het gebied van protheses en andere hulpmiddelen door middel van robotica-, domotica- en bionische toepassingen.

Hij presenteerde daarbij enkele voorbeelden van hedendaagse hulpmiddelen van kokers (verbinding prothese en stomp), en  knie- en voetprotheses en vertelde dat we aan de vooravond staan van nieuwe ontwikkelingen, waarbij, zoals al met succes wordt toegepast bij mondprotheses,  beenprotheses in het bot worden bevestigd. Ook toonde hij enkele hand- en armprotheses, die vanwege de meer fijnmazige motoriek een stuk complexer en ook kostbaarder zijn. Voor alle protheses wees Houdijk op het belang van de interactie tussen mens en ‘machine’. Opmerkelijk gegeven aan het slot: de aanwezigen schatten de kostprijs van verschillende protheses  hoger in dan de werkelijke waarde.

De juridische kant
Danielle Zwartjens, advocaat bij KBS Advocaten, ging in haar presentatie in op een groot aantal juridische vraagstukken die om de hoek komen kijken bij het gebruik van de steeds geavanceerdere prothesen en andere  hulpmiddelen, Zij legde daarbij haar gehoor enkele prikkelende vragen voor. Zoals ‘Tot hoever reikt de  plicht van de aansprakelijke partij om hieraan (financieel) bij te dragen?’,  ‘Mag van een slachtoffer verlangd worden dat  hij een aangeboden prothese of andere medische behandeling accepteert?’ of  ‘Mag bij vergoeding van een prothese uit de algemene middelen of door een verzekeraar zijn of haar smartengelduitkering worden verlaagd?’ Uit de antwoorden op enkele vragen werden duidelijke verschillen tussen de WA- en rechtsbijstandkant zichtbaar.

Haar hoofdconclusies luidden: “Er geldt in het algemeen geen op het slachtoffer rustende rechtsplicht om zijn schade met zekere behandelingen te beperken, de stelplicht en bewijslast (ex artikel 6.101 BW) ligt primair bij de aansprakelijke partij  en redelijkheid en billijkheid is bepalend en inkleuring van de verplichting is sterk afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Kortom, terughoudendheid luidt het devies.”

Aansluitend werd onder leiding van dagvoorzitter de aanwezigen nog een groot aantal stellingen voorgelegd via Buzzmaster, waarna vervolgens over de antwoorden werd gediscussieerd. Eén opmerkelijk gegeven: Op de stelling ‘De inzet van robotica, domotica en bionische toepassingen  heeft een dempend effect op de schadevergoedingen’, werd aan het begin van de bijeenkomst door twee derde met ‘eens’ geantwoord; aan het slot van de boeiende en zeer interactieve  middag was dat nog slechts één derde’.